Ach, wat hebben we het toch mooi voor elkaar in 2026.
Je ligt in je joggingbroek op de bank, tikt drie keer op je telefoon en morgenochtend staat er weer een nieuw pak sokken, een broek of een koffiezetapparaat voor de deur. Handig? Zeker. Bespaart tijd? Absoluut. Maar soms vraag ik me af: hebben we niet iets heel fundamenteels weggegooid voor dit gemak?
Vroeger was winkelen nog een uitje. Je trok je jas aan, ging de stad in en had een hele middag. De Bijenkorf op zaterdagmiddag rook naar leer, parfum en versgebakken croissants. Je dwaalde rond, voelde aan stof, paste zes broeken (waarvan er vier niet pasten) en kletste met een verkoopster die je eerlijk vertelde dat die ene trui je niet stond. Daarna dronk je een koffie met uitzicht over de stad. Als je thuiskwam met twee tassen had je écht iets gedaan.
Nu? Drie klikken op Bol.com of Zalando en klaar. Geen gedoe, geen mensen, geen parkeerstress. Alles wordt gebracht door een man in een busje die waarschijnlijk ook al tien uur achter elkaar aan het rijden is. Fantastisch toch?
Wat we gewonnen hebben
- Tijd
- Gemak
- Keuze (je kunt letterlijk alles bestellen)
- Geen brutale verkoopsters meer die je de waarheid vertellen
Wat we kwijt zijn
- De sensatie van écht voelen en ruiken
- Het onverwachte vondstje dat je online nooit had gevonden
- Menselijk contact (hoe armzalig het soms ook was)
- De sfeer van een echte winkelstraat
- Het kleine gevoel van voldoening als je iets zelf hebt uitgezocht en meegenomen
Ik merk het vooral bij kleding. Online bestel ik drie dezelfde shirts in verschillende kleuren, probeer ze thuis en stuur er twee terug. Vroeger paste je één shirt in de paskamer, voelde meteen of het goed zat en nam het mee. Minder gedoe, minder retouren, meer zekerheid.
Maar ja, dat is natuurlijk sentimentele onzin van een ouwe zeur, zullen ze zeggen. “Gerrit, vooruitgang bestaat nu eenmaal.” Tuurlijk. Maar soms vraag ik me af of we niet een beetje té ver zijn doorgeschoten.
Ik ga niet doen alsof ik terug wil naar de tijd dat je anderhalf uur in de rij stond bij de kassa. Dat was ook ellende. Maar dat hele fysieke winkelen was een activiteit. Een klein avontuur. Nu is het een handeling. Een taak. Iets wat je even snel doet tussen het scrollen door.
Daarom probeer ik tegenwoordig bewust wat vaker de stad in te gaan voor de dingen die er echt toe doen. Een goede jas, een mooi overhemd, iets voor de kleinkinderen. Niet omdat het moet, maar omdat het fijner voelt. Het kost meer tijd, meer moeite en meer geld. Maar het voelt tenminste nog ergens naar.
En jij?
Bestel jij bijna alles online, of ga je nog weleens écht een winkel binnen? Mis je die oude Bijenkorf-sfeer nog weleens, of vind je mij gewoon een zeurende boomer?




Plaats een reactie