Luister, ik ben 42, vader van twee en ik mis mijn Nokia 3310 soms écht.
Ja, die baksteen. Je weet wel, dat onkapbare ding waar je Snake op speelde tot de batterij na een week eindelijk leeg was. Je smeet ‘m van de trap, liet ‘m in de regen liggen, en hij deed het nog. Nu heb ik een iPhone 17 die weegt als een veertje, maar als-ie op 12% staat voel ik lichte hartkloppingen. Pathetisch eigenlijk.
In 2003 was een telefoon nog gewoon… een telefoon. Je belde ermee als het écht nodig was, je sms’te met die beroerde T9 en daarna ging het ding uit. Klaar. Je was offline en niemand vond dat raar. Sterker nog: het was normaal.
Nu? Dit ding is een extra ledemaat geworden. Ik check dat kloteapparaat waarschijnlijk 150 keer per dag. Op de wc, tijdens het koken, terwijl ik de kids voorlees — ja, ik ook, ik doe niet alsof ik beter ben. Het ligt naast mijn bed, het gaat mee naar de slaapkamer, en ik word chagrijnig als ik het even niet kan vinden. We zijn officieel getrouwd met een rechthoekig scherm.
Wat we gewonnen hebben (dat moet ik toegeven)
- Je verdwaalt nooit meer, Google Maps is echt tof
- Je hebt direct contact met iedereen
- Oneindige kennis in je zak (handig als je kind ineens vraagt hoe een helikopter werkt)
- Duizenden foto’s van de kids (al kijk ik er eigenlijk nooit meer naar)
Wat we zijn kwijtgeraakt
- Echte verveling. Die heerlijke momenten waarop je niks doet en ineens een goed idee krijgt
- Volledig aanwezig zijn. Zonder dat je broekzak constant trilt
- Het vermogen om even níks te doen zonder schuldgevoel
- Gesprekken die niet om de 4 minuten onderbroken worden
Laten we eerlijk zijn: we doen dit allemaal vrijwillig. Elk jaar betalen we braaf 1000 euro voor een nieuw toestel dat weer iets sneller is, terwijl wij zelf steeds suffer worden. We upgraden ons leven weg.
Vooral als vader merk ik het. Vroeger zat ik op de bank met de kids te spelen zonder afleiding. Nu ligt dat ding naast me en denk ik continu: “Even snel kijken of er iets belangrijks is.” Spoiler: het is nooit belangrijk.
Mijn kleine experiment
Ik ga niet doen alsof ik terug wil naar de Nokia. Ik ben ook niet gek. Maar ik merkte dat ik het zat was om constant opgejaagd te zijn. Dus heb ik een simpele regel ingevoerd: na 21:00 gaat mijn telefoon in de keuken. Niet op mijn nachtkastje, niet op de lader naast mijn bed. Gewoon weg.
Eerste paar avonden was het raar. Ik lag te denken “wat als er iets met de kids gebeurt?” Maar na een week merkte ik: er gebeurt nooit iets urgents na 21:00. Ik slaap beter, word minder chagrijnig wakker en zit ’s ochtends niet meteen al in de stressmodus.
Het is geen wereldschokkende digital detox. Gewoon een klein, suf regeltje. Maar het werkt verrassend goed.
En jij?
Hoe erg ben jij eigenlijk verslaafd aan dat ding?
Laat je telefoon nog weleens beneden liggen als je naar bed gaat?
Of denk je: “Bart, doe even normaal, het is 2026”?
Ik ben benieuwd, want ik denk dat ik niet de enige vader ben die hier stiekem last van heeft.




Plaats een reactie