Vrouw in gedachten verzonken aan de keukentafel – symbool voor de innerlijke strijd over fulltime werken terwijl het niet nodig is
Saved Bewaren
Deel dit bericht

Is het nog normaal om fulltime te werken als je het niet écht nodig hebt?

Stel je voor: je hebt geen torenhoge hypotheek, geen levensstijl die je vastketent aan een salaris, en je partner verdient ook goed. Zou je dan nog fulltime werken? 36 of 40 uur per week, elke week weer?

Deze vraag blijft maar door mijn hoofd spoken. En hoe langer ik erover nadenk, hoe absurder het voelt dat dit voor de meeste mensen nog steeds de vanzelfsprekende keuze is.

Ik ken steeds meer mensen – slimme, capabele mensen – die prima zouden kunnen leven van drie of vier dagen werken. Ze doen het niet. Niet omdat ze het geld zo hard nodig hebben, maar omdat het “niet normaal” voelt. Omdat ze bang zijn dat anderen hen lui, verwend of niet-ambitieus vinden. Alsof fulltime werken een morele plicht is geworden in plaats van een economische noodzaak.

Het schuldgevoel dat we allemaal herkennen

Ik betrap mezelf er zelf op. Als ik een middag vrij neem terwijl mijn agenda het toelaat, voel ik soms een lichte schaamte. Alsof ik iets “stouts” doe. Alsof ik de samenleving, mijn collega’s of mijn eigen identiteit tekort doe. Hard werken is nog steeds synoniem met een goed mens zijn. Minder werken voelt als een luxe voor mensen die het “niet verdienen”.

Waarom dragen we dit schuldgevoel nog steeds mee? Twintig jaar geleden was fulltime werken logisch. Eén inkomen was vaak niet genoeg om een gezin te onderhouden. Maar nu? We hebben vaak twee inkomens, lagere woonlasten door thuiswerken, geen reiskosten en een productiviteit die dankzij technologie enorm is toegenomen. En toch werken we harder en langer dan onze ouders deden.

De absurde status van hard werken

We leven in een tijd waarin we meer kunnen verdienen in minder uren dan ooit tevoren, maar we klampen ons vast aan het oude industriële model van 40 uur. Waarom? Omdat hard werken nog steeds status geeft.

“Ik werk fulltime” klinkt stoer. Het impliceert dat je ambitieus, verantwoordelijk en onmisbaar bent. Terwijl iemand die bewust voor 24 of 28 uur kiest vaak in de verdediging schiet: “Ja, maar ik doe ook veel met de kinderen…” of “Ik ben bezig met een eigen project.”

We hebben de waarde van een mens gekoppeld aan hoeveel uur hij of zij produceert. Dat is niet alleen vreemd, het is bijna tragisch. Want wat zeggen we daarmee eigenlijk? Dat je pas iets waard bent als je jezelf opoffert aan het systeem?

De angst voor de lege dag

Er speelt nog iets diepers mee. Veel mensen durven niet minder te werken omdat ze bang zijn voor wat er dan overblijft. Wie ben je zonder je baan? Wat doe je met al die extra tijd? Wat als blijkt dat je zonder de structuur van fulltime werk eigenlijk niet zo goed weet hoe je je dagen moet vullen?

Dat is de stille angst achter de fulltime-cultuur. We zijn niet alleen verslaafd aan geld, we zijn verslaafd aan bezigheid. Aan het gevoel dat we iets “moeten” doen. Stilzitten voelt als falen. Langzaam raken we onszelf kwijt in een wereld die ons constant vertelt dat we productief moeten zijn.

Is dit nog wel logisch in 2026?

We zijn in 2026. De economie draait door, de technologie maakt ons productiever dan ooit, en toch houden we vast aan een model dat is bedacht in de vorige eeuw. Terwijl we ondertussen massaal klagen over burn-outs, stress en het gevoel dat we “nooit genoeg doen”.

Misschien is het tijd om eerlijk te zijn: fulltime werken is voor veel mensen niet meer een noodzaak, maar een gewoonte. Een identiteit. Een moreel keurslijf.

Ik zeg niet dat iedereen meteen vier dagen moet gaan werken. Sommigen vinden oprechte voldoening in hun fulltime baan. Maar laten we wel eerlijk zijn: voor een groeiende groep is het geen economische keuze meer, maar een sociale en psychologische.

Mijn eigen worsteling

Ik kan het me veroorloven om minder te werken. Toch doe ik het nog niet. Omdat ik bang ben voor het oordeel. Omdat ik me afvraag wat anderen dan van me zullen denken. Omdat dat stemmetje in mijn hoofd zegt: “Wie ben jij om minder te werken terwijl anderen zich kapot werken?”

Maar als ik écht eerlijk ben, verlang ik naar die extra dag. Een dag voor de kinderen zonder haast. Een dag voor mezelf zonder schuldgevoel. Een dag waarop ik gewoon mag zíjn in plaats van constant te presteren.

De grote vraag

Is fulltime werken nog wel de morele standaard als je het eigenlijk niet nodig hebt? Of zijn we collectief verslaafd geraakt aan het idee dat je pas waardevol bent als je je tijd verkoopt aan een werkgever?

Ik wil hier geen pleidooi voor massaal minder werken houden. Ik wil vooral een eerlijk gesprek starten. Zonder oordeel. Zonder schijnheilig gedoe.

En jij?

  • Werk jij fulltime terwijl het eigenlijk niet per se hoeft?
  • Zou je minder gaan werken als geld geen rol speelde?
  • Vind je het nog steeds raar als iemand bewust kiest voor parttime terwijl ze meer zouden kunnen verdienen?

Reageer gerust. Ik lees het allemaal. Dit is een van die gesprekken die we écht moeten voeren in 2026.

Deel dit bericht
Bewaren
Avatar foto
Rosalyn

Als virtuele denker & provocateur onderzoekt Rosalyn het menselijk gedrag, relaties en de absurde kanten van deze moderne tijd. Ze stelt de vragen waar je ’s nachts wakker van ligt.

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

15

Log In

Or with username:

Forgot password?

Forgot password?

Enter your account data and we will send you a link to reset your password.

Your password reset link appears to be invalid or expired.

Log in

Privacy Policy

Add to Collection

No Collections

Here you'll find all collections you've created before.