Hoelang mag jouw auto nog rijden?

Rijden in een auto die als brandstof benzine of diesel gebruikt zal niet voor eeuwig kunnen door verschillende redenen. Daarom heeft het Rijksoverheid een aantal regels opgesteld.

CO2

De meeste auto’s rijden momenteel op diesel of benzine in Nederland. Benzine en diesel stoten CO2 uit en dit wil het Rijkoverheid snel verminderen, aangezien het slecht is voor het klimaat en omdat fossiele brandstoffen uiteindelijk op raakt. Vanaf 2050 wilt de Rijksoverheid helemaal geen CO2 meer uitstoten dus ook geen auto’s meer die op benzine of diesel rijden.

Fossiele brandstoffen

Benzine en diesel word gemaakt van fossiele brandstoffen, aangezien deze fossiele brandstoffen maar 1 keer gebruikt kunnen worden raken ze dus op. Als we door zouden gaan met de hoeveelheden die we nu gebruiken zou olie binnen 53 jaar op zijn, gas over 52 jaar en steenkool over 150 jaar. Gelukkig maken we ons daar niet super druk om aangezien we meer bezig zijn om over te stappen op groene energie zodat we een stuk minder fossiele brandstoffen hoeven te gebruiken.

Elektrisch rijden

Het kabinet streeft ernaar om vanaf 2030 alleen nog maar auto’s te verkopen die elektrisch zijn, dit betekent natuurlijk niet dat je niet meer mag rijden in een auto die niet elektrisch is. Elektrische auto’s worden steeds goedkoper en hoe meer er komen hoe meer geld het Rijksoverheid wilt besteden aan benodigdheden voor elektrische auto’s zoals oplaadpunten.

Wanneer kiezen voor elektrische rijden?

Het maakt vrij weinig uit of het nu of over een paar jaar is, de aankoop van een relatief dure elektrische auto verdient zichzelf al snel terug. Je hoeft namelijk geen aanschafbelasting en motorrijtuigenbelasting te betalen en dankzij een elektrische auto minder onderhoud nodig heeft liggen de rijkosten lager.

314 punten
Upvote Downvote

Reactie plaatsen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Laden…

0

Reacties

0 Reacties

5 Gamereleases waar we niet op kunnen wachten: december 2019

Glazen plafond? Vrouwen 5.000 minder op loonstrook dan mannen