Het is oktober. De lampen gaan elke dag een stukje eerder aan, en op de bank liggen weer kruimels waarvan ik niet wil weten waar ze vandaan komen. Precies nu vertelt de hele woonwereld me dat mijn huis warmer moet: terracotta, olijfgroen, aubergine. Eerlijk? Daar word ik een beetje moe van. Moet alles nu wéér anders? Toch zit er iets in. Dus ik zocht uit wat je ermee kunt zonder je spaarrekening of je hele zondag op te offeren.
Moet alles nu weer anders?
Jarenlang was mijn woonkamer lichtgrijs, wit en licht eiken. Veilig en rustig. Nu lees ik overal dat het warmer mag. Volgens Hubo is het kleurbeeld van dit najaar “warm en aards”: terracotta, okerbruin, roestoranje en klei als basis, met vergrijsd olijfgroen, boterzacht geel en diep aubergine als accenten. Paragon Interior noemt de herfstkleuren van 2026 “rijker, dieper en gelaagder”.
Grappig detail: de officiële kleuren van het jaar wijzen een heel andere kant op. Histor koos Secret Safari, een zachte geelgroene tint. Flexa koos een blauwe kleurfamilie, The Rhythm of Blues. Heb je het gevoel dat trends elkaar tegenspreken? Klopt. Ik vind dat eerlijk gezegd geruststellend: er is niet één goede kleur.
Wat ik wél herken: zodra het buiten vroeg donker wordt en de lampen aan zijn, voelt een koele grijze muur ineens kaal. Warme tinten doen het juist goed in dat lamplicht. Dat is geen trend, dat is gewoon oktober.
Terracotta: niet meer de bloempot van vroeger
Bij terracotta zie ik meteen een bloempot op het balkon. Maar de kleur is veranderd. Paragon Interior ziet dat de uitgesproken oranje tinten plaatsmaken voor zachtere, aardse tinten die meer richting klei en roestbruin gaan. Combineer dat met donker hout, beige meubels of natuursteen, en het voelt rustig in plaats van schreeuwerig.
Wil je het zacht houden? Hubo raadt in een landelijk interieur klei op de muur aan, met een matte afwerking voor extra rust. Mijn eerlijke tip: zet eerst een proefvlak op de muur en kijk er 's avonds naar, met de lampen aan. Terracotta die overdag zonnig lijkt, kan in de avond ineens veel bruiner worden.
Olijfgroen: de veiligste gok
Als ik er maar één mocht kiezen, werd het olijfgroen. Hubo heeft het over “vergrijsd olijfgroen”, en dat woordje vergrijsd doet ertoe: dit is geen fris lentegroen, maar een gedempte tint die rust geeft. Volgens Paragon Interior past het bij donker hout, walnoot, messing en zachte bouclé.
Het praktische voordeel in een huis met kinderen: op een olijfgroene plaid zie je een chocoladevlek minder snel dan op een crèmewitte. En heb je de Histor-kleur Secret Safari al op de muur? Dan zit je in dezelfde groene hoek. Olijf maakt het alleen wat donkerder en aardser.
Aubergine: mooi, maar niet in elke kamer

Aubergine vond ik eerst echt te veel. Paragon Interior noemt het “de verrassende trendkleur van het najaar”, met een zachtere en luxere uitstraling dan vroeger. Woonboulevard Wijchen beschrijft het als een diepe paarsbruine tint die dicht tegen pruim aan ligt, en tipt een aubergine fauteuil naast een beige bank en een donkerhouten salontafel.
Ik snap het, maar ik zou het niet overal doen. Aubergine is een avondkleur. In een leeshoek of slaapkamer werkt het, maar aan de tafel waar huiswerk wordt gemaakt wil je niet het gevoel hebben dat het al tien uur 's avonds is. Durf je meer? Volgens Hubo geeft een diepe aubergine wand in een klassiek interieur direct karakter.
En dat lichte eiken dan?
Dit was mijn grootste zorg. Op Wonen360 zegt interieurontwerpster Ellie Brown van Oak&More dat donker hout terugkomt na jaren van licht eiken en blank grenen. Maar ze zegt er iets bij dat ik fijn vind: begin klein, met accessoires in donker hout, en combineer donker hout met lichtere tinten en warme neutrale kleuren. Oosterbaan Living noemt die mix “hout op hout”: een lichte eiken vloer met een notenhouten dressoir.
Mijn vloer gaat er dus niet uit. Daar ben ik eerlijk gezegd opgelucht over.
De belangrijkste les die ik eruit haal: kies één hoofdkleur en gebruik de rest als accent. Een terracotta muur plus een olijfgroene bank plus een aubergine kleed wordt een kermis. Paragon Interior geeft een handige volgorde: eerst een rustige basis zoals een beige bank of lichte muur, dan iets donkers voor diepte, en pas daarna de accenten.
Wat ik wel en niet zou kopen

Eerlijk: dit is wat ik het geld waard vind, en wat niet.
Wel:
- Een proefpotje voordat je een volle pot verf koopt. Bij Hubo kun je met Histor, Flexa en Sikkens vrijwel elke tint laten mengen, dus je hoeft niet te gokken.
- Kussenhoezen in plaats van nieuwe kussens. Goedkoper, wasbaar, en volgend jaar wissel je ze weer om.
- Een plaid in wol of velours. Fluweel weerkaatst het licht, schrijft vtwonen bij de trend Forest Velvet, en er ontstaan rijke kleurschakeringen.
- Warmwitte lampen. Aardetinten worden grauw onder koel licht. Klein ding, groot effect.
- Gordijnen in lagen, als je toch al aan nieuwe toe was. Hubo ziet vollere gordijnen, bijvoorbeeld een inbetween onder een zwaarder overgordijn. Dat geeft sfeer én houdt warmte binnen.
- Ander beslag op een bestaande kast, in brons of champagne. Volgens Oak&More haal je zo de look in huis zonder grote meubels te vervangen.
Niet:
- Een nieuwe bank omdat de kleur nu in is. Een bank houd je jaren. Een trend vaak een paar seizoenen.
- Alles in drie trendkleuren tegelijk. Dan heb je over een jaar een kast vol spullen die nergens meer bij passen.
- Hoogglansverf op een grote wand. Elke oneffenheid in de muur valt op. Mat oogt rustiger.
- Losse herfstdecoratie die alleen in oktober mooi is. Liever één mooie vaas met droogbloemen die ook in januari nog klopt.
Waar ik zelf begin
Ik kies één kleur, zet een proefvlak op de muur en kijk er een paar avonden naar. Ondertussen leg ik een plaid in die kleur op de bank, zodat ik weet of ik er niet na een week op uitgekeken ben.
En als je na dit hele verhaal denkt: ik blijf gewoon bij beige? Ook prima. Ellie Brown noemt crème, camel en zacht terracotta juist als warme neutrale tinten om de rest van de ruimte mee aan te vullen. Een huis hoeft niet elk seizoen te veranderen. Het moet vooral fijn thuiskomen zijn, kruimels en al.



Plaats een reactie